Factorbeleggen - objectief aandelen selecteren

1 december 2020
Factorbeleggen - objectief aandelen selecteren
1 december 2020

Beleggers investeren hun geld met de verwachting in de toekomst een hoger bedrag terug te krijgen. Daarbij leiden meerdere wegen naar Rome. De ene belegger kiest laag gewaardeerde dividendaandelen en de andere belegt liever in groeibedrijven. Weer een andere vindt de duurzame impact belangrijker. Veel beleggers maken op een of andere manier gebruik van factoren bij hun beleggingen. In dit blog leggen we uit wat factorbeleggen is, welke factoren je kunt gebruiken en hoe je factorbeleggen kunt toepassen in jouw portefeuille. 


Beleggen in factoren

De eerste groep beleggingsstrategieën die we hier bespreken is factor-beleggen. Wetenschappers hebben veel onderzoek gedaan naar factoren, kenmerken van bedrijven, die beter presteren dan gemiddeld. In dergelijk onderzoek sorteren ze bijvoorbeeld de bedrijven uit de S&P 500 index aan het begin van ieder jaar op de koers/winst verhouding, het dividend, de marktwaarde en het recente rendement. Vervolgens kijken ze of de 20% met de laagste score beter of slechter heeft gepresteerd dan 20% met de hoogste score.


Als in het verleden een verklaarbaar verband wordt gevonden tussen de factor en het rendement, dan zou je in de toekomst ook een beter rendement kunnen halen door te selecteren op die factor. Nu weten we natuurlijk dat rendementen uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Daarom worden dergelijke bevindingen uitgebreid getoetst door andere wetenschappers. Vaak komen wetenschappers niet tot een eenduidig oordeel over een factor. Hieronder noem ik een aantal factoren waar de meeste wetenschappers het wel eens zijn over de toegevoegde waarde. 


Lage waardering

De bekendste en oudste factor om aandelen te selecteren is lage waardering of value beleggen. Het is verstandiger om laag gewaardeerde bedrijven te kopen in plaats van dure bedrijven. Beleggers meten de waardering via verschillende parameters, o.a. koers/boekwaarde verhouding, dividendrendement en cashflow-percentage. 


Hoewel de koers/winst verhouding vaak wordt gebruikt als eenvoudige maatstaf voor de waardering hebben wetenschappers ontdekt dat die niet zo goed werkt. De jaarlijkse winst wordt vaak beïnvloed door eenmalige gebeurtenissen of door managementkeuzes. De verhouding van de marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van de bezittingen op de balans zegt aanzienlijk meer over het toekomstige rendement. 


Smallcap

Smallcaps zijn bedrijven met een relatief kleine marktwaarde. Kleinere bedrijven blijken gemiddeld een hoger rendement te halen dan grote bedrijven. Beleggers willen een hoger rendement bij kleine bedrijven omdat die minder gemakkelijk te verhandelen zijn en er minder informatie over smallcaps beschikbaar is. Hierdoor kunnen actieve beleggers een informatie voordeel opbouwen en zo de betere smallcaps selecteren.


Momentum

Aandelen met een positief resultaat in de afgelopen 6-12 maanden hebben een positief momentum. In het verleden was het rendement van aandelen met een positief momentum hoger dan dat van bedrijven met een laag momentum. Bedrijven met een hoog rendement komen in de belangstelling en trekken daarmee nieuwe beleggers aan, waardoor de koersen verder stijgen. 


Als de koersstijging niet wordt gesteund door de groei van het bedrijf wordt het bedrijf overgewaardeerd. Daardoor ontstaat de reversal-factor: aandelen die het drie jaar beter hebben gedaan, doen het daarna minder.


Momentum haalt het hoogste extra rendement van alle factoren, maar het heeft ook een keerzijde. Aan het einde van de jaren ’90 stegen technologie aandelen flink. Deze aandelen kregen extra gewicht in de momentum-mandjes, die profiteerden van de groei. Toen technologie aandelen vanaf 2000 sterk daalden, gingen de momentum mandjes nog harder onderuit dan de benchmark. Momentum heeft het lastig bij een draai in de markt. 


Kwaliteit (ook wel winstgevendheid)

Kwaliteitsbedrijven hebben een hoge winstgevendheid en een trackrecord van stabiele groei van het bedrijf. Daarnaast hebben ze vaak een sterke balans en geven ze overtollige liquiditeiten terug aan aandeelhouders in de vorm van dividend en het inkopen van aandelen. Daardoor investeren ze weinig in slecht renderende ‘prestige’-projecten en presteren ze vaker boven de verwachting van analisten. 


Kwaliteitsbedrijven zijn door bovenstaande kenmerken minder risicovol dan andere bedrijven. Beleggers zijn bereid een hogere waardering voor kwaliteitsbedrijven te betalen. 


Low volatility

Low volatility is de nieuwste factor die is ‘ontdekt’. Low volatility bedrijven hebben een lage standaarddeviatie en beta, dat wil zeggen dat ze minder bewegen dan de benchmark. Een bedrijf met een beta van 0,6 stijgt gemiddeld 1,2% als de index 2% stijgt, maar daalt ook maar 0,9% als de index 1,5% zakt. Gecorrigeerd voor het (lagere) risico blijken low volatility aandelen een hoger rendement te halen. 


Factoren combineren in een portefeuille

De verschillende factoren lijken in strijd met elkaar. Stabiel groeiende kwaliteitsbedrijven hebben een hogere waardering. Maar kies je dan voor kwaliteit of voor lage waardering? De meeste beleggers kiezen ervoor om factoren te combineren. Dat kan eenvoudig door aandelen van iedere factor in je portefeuille op te nemen. Het nadeel daarvan is dat je dan waarschijnlijk in het value-mandje bedrijven hebt, die juist slecht scoren op momentum of low risk. Je kunt ook kiezen voor een integrale aanpak. In dat geval beoordeel je een bedrijf op de verschillende factoren. Als het gemiddeld goed scoort op alle factoren, dan neem je het op in je portefeuille. 

Deel dit blog

gerelateerde artikelen

door Loege Schilder 2 april 2026
In maart is het DB Flagship Fund veel beter blijven liggen dan de brede markt. Aandelen daalden omdat het risico toenam door de aanvallen op Iran. De beschermingsstrategie met opties compenseerde een groot deel van het verlies op de aandelen. Per saldo verloor het fonds -0,9% over de maand, terwijl Europese aandelen -7,7% daalden en wereldwijde aandelen ook ruim -4% teruggingen. Hoewel een negatieve maand teleurstellend is, geeft het wel vertrouwen dat het fonds aanzienlijk beter bleef liggen dan de markt. De afgelopen maanden hebben we uitgebreid onderzocht of de strategie nog steeds toegevoegde waarde biedt. De conclusie is dat het afgelopen jaar extreem negatief is geweest voor onze strategie. Dat is sinds data beschikbaar is van kwaliteitsaandelen één keer eerder gebeurd en toen was het de opmaat voor een extreem goede periode voor kwaliteitsaandelen. Wij houden dus vertrouwen in onze strategie. Tijdens het onderzoek hebben we ook onderdelen gezien die beter kunnen, bijvoorbeeld de optiestrategie en het gebruik maken van momentum. In de maand maart zorgde de aangepaste optiestrategie voor het verschil. Hoe kan het DB Flagship Fund zo sterk achterblijven? De analyse begint met de vaststelling dat het fonds sinds eind februari 2025 in een dalende trend zit. In eerste instantie was de aanleiding duidelijk: de dreiging en de invoering van de Amerikaanse handelstarieven zorgden voor dalende koersen. Tijdens de daling verloor het fonds ruim 4% minder dan een benchmark van Amerikaanse en Europese aandelen. Daarna herstelden de brede aandelenindices echter, terwijl het DB Flagship Fund achterbleef. Ligt dat aan het fonds, of aan de keuze voor duurzame kwaliteitsaandelen en het risicobeheer met opties. In de portefeuille selecteren we kwaliteitsaandelen die duurzamer dan gemiddeld opereren en dekken we het risico af met opties . Kwaliteitsaandelen zijn aandelen van bedrijven met o.a. een competitief voordeel, een hoge winstmarge, stabiele omzet- en winstgroei en lage kapitaalintensiteit. Over de periode 1994-2026 presteert de MSCI Quality index 3,6% beter per jaar dan de brede marktindex, terwijl het maximale verlies in die periode 48% bedraagt tegenover 58% voor de brede index. Hoger rendement en lager risico. In 2025 bleven kwaliteitsaandelen echter 5% achter bij de brede index. De duurzame MSCI World SRI index presteert op lange termijn vergelijkbaar met de brede index, maar heeft een iets lager maximaal verlies. Tot 2024 presteerden duurzame aandelen beter, maar in 2024 en 2025 bleven duurzame aandelen per jaar ruim 5% achter bij de brede index. Ook van de risicomanagement strategie met opties is een index die ons objectieve rendement-risico statistieken geeft: Cboe S&P 500® 30-Delta BuyWrite℠ Index (BXMD℠). Over de periode 1986-2025 behaalt deze index 0,5% minder jaarlijks rendement dan een mandje met alleen de aandelen, maar daar staat tegenover dat de koersschommelingen 30% lager uitkomen en dat het maximale verlies ruim 8% minder is. Helaas presteerde deze strategie ook minder in 2025: 5,8%. Een combinatie van de drie factoren heeft op lange termijn +/- 3% meer rendement per jaar opgeleverd dan de wereldwijde aandelenindex met +/- 15% minder maximaal verlies (50% daling wordt 35%). Helaas zijn er ook periodes dat de strategie achterblijft zoals in 2025. Dat is het risico dat je loopt voor het extra rendement en de lagere drawdown. In het verleden zijn er vaker periodes geweest waarin de factoren achterbleven bij de index en in iedere situatie is die achterstand weer ingelopen. Anders zou het gemiddelde rendement immers veel slechter uitkomen. De onderstaande grafiek toont het rendementsverschil over 6 maanden voor kwaliteitsaandelen. De huidige underperformance is uitzonderlijk groot en slechts één keer eerder voorgekomen: in 1999. Destijds werd de negatieve periode gevolgd door een uitzonderlijk positieve periode voor kwaliteitsaandelen waarin de underperformance ruim werd goedgemaakt.
door Loege Schilder 31 maart 2026
NN Group ontstond in 1963 uit de fusie tussen "De Nederlanden van 1845" en "Nationale Levensverzekering-Bank", waarna het in 1991 samenging met de NMB Postbank Groep om de ING Groep te vormen. Als gevolg van Europese regels na de financiële crisis moest deze combinatie echter weer worden opgesplitst. Dit leidde in 2014 tot de zelfstandige beursgang van de verzekeringstak onder de huidige naam NN Group. NN Group is tegenwoordig een internationale financiële dienstverlener met focus op twee regio’s: Europa en Japan. De belangrijkste focus is Europa waar het actief is in 10 landen. In thuismarkt Nederland is het duidelijk marktleider met een sterke focus op levensverzekeringen, vermogensbeheer en schadeverzekeringen. Daarnaast zijn België en Spanje belangrijk en groeit het belang in Centraal- en Oost-Europa (top 3 voor levensverzekeringen en pensioenen). Japan is de enige markt buiten Europa waar ze een sterke strategische positie heeft. De activiteiten in Japan zijn anders dan in Europa, waar NN een brede verzekeraar is, specifiek gericht op het MKB.
door Loege Schilder 27 maart 2026
Pandora is 's werelds grootste sieradenmerk, gespecialiseerd in het ontwerpen, vervaardigen en verkopen van betaalbare luxe sieraden van hoogwaardige materialen. Het bedrijf werd opgericht door de Deense goudsmid Per Enevoldsen en zijn vrouw Winnie in een kleine juwelierswinkel in Kopenhagen. Vanuit het begin importeerden ze sieraden uit Thailand, die grote populariteit kregen in Denemarken, waarna het bedrijf zich steeds meer richtte op groothandel in plaats van alleen een lokale winkel. In 1987 werd de winkel formeel opgeheven en groeide Pandora uit tot een internationale groothandels‑ en ontwerponder­neming rond sieraden, met een sterke focus op eigen ontwerpen en productie. In 2008 werd een deel van het bedrijf verkocht aan private equity en sinds 2010 is Pandora beursgenoteerd aan de beurs van Kopenhagen.
Lees alle blogs